De passie van... Ivo Pakvis

Bij Sterc hebben we het woord ‘passie’ hoog in het vaandel staan. En dat is niet voor niets; passie creëert vaak iets moois. Iets waar je trots op bent. Iets waar je voor staat. Vanuit die overtuiging is Sterc ontstaan en zo werken we nog elke dag. Onze medewerkers hebben ondertussen ook hun eigen passie en in deze serie blogs nemen we deze graag wat meer onder de loep. In deze aflevering: de passie voor wielrennen van Ivo. En aangezien hij verantwoordelijk is voor het gros van de Sterce teksten, schrijft hij dit stuk zelf.

Noodzaak
Het fietsen begon eigenlijk als een noodzaak. Of misschien geen noodzaak, maar wel iets zinvols. Na een weinig sportief studentenleven hing er een kilootje of twintig te veel om het lijf en ik wilde daar maar wat graag iets aan doen. De racefiets bood uitkomst. Ik kocht er eentje via Marktplaats, een bijna tien jaar oude Koga Miyata, en begon te rijden. De eerste rit was een kilometer of veertig en bestond uit een hoop gepuf, een val en een vloek. Maar in al dat gepuf en gevloek werd wel een vuurtje aangewakkerd en niet veel later begonnen de ritten langer te worden en bleef ik zonder problemen overeind. Die twintig overtollige kilo’s vlogen er in een jaar af en de liefde voor het fietsen werd alleen maar sterker. De Koga maakte al snel plaats voor een carbon ros van Cannondale en later Specialized en inmiddels rij ik zo’n vijfduizend kilometer per jaar.

Haat-liefde in de bergen
De relatie tussen mijn fietskunsten en de bergen is er eentje van haat-liefde. Ik kan dagen uitkijken naar een rit in de bergen, maar zodra ik eenmaal daadwerkelijk op het hellend wegdek rij, vervloek ik het met alles dat ik in me heb. Eenmaal boven ben ik weer volledig euforisch en zweer ik bij hoog en bij laag dat ik ooit een huisje in de Alpen koop en elke dag de mooiste tochten door het gebergte maak. Dat proces herhaalt zich weer bij de eerstvolgende keer dat ik tegen een berg op fiets. Het klimmen gaat overigens niet hard en het eist belachelijk veel van mijn arme lichaam, maar de pay-off van het bereiken van de top is ongekend.


Resetten
Het gros van de ritten vindt echter natuurlijk plaats op vlak wegdek. Als inwoner van Groningen zijn de verticale uitdagingen beperkt tot een viaduct over de A7 en kunnen we het eigenlijk alleen maar simuleren door met windkracht 6 naar buiten te gaan. Het zijn de lange ritten die voor het meeste plezier zorgen. Gewoon vier uur in het zadel zitten en de benen laten draaien. Het is een raar soort therapeutisch gebeuren, dat fietsen. Als je na een lange werkdag even wil resetten, werken een paar uurtjes fietsen perfect.

Alleen
Fietsen doe ik veelal alleen. Ik heb enkele vaste fietsvrienden, maar ieders agenda is op z’n eigen manier beperkt en dus komt het erop neer dat je meestal in je eentje op pad gaat. Niks mis mee trouwens, al heb ik tijdens deze soloritten erg de neiging om tegen mezelf te gaan praten. Opnieuw: niks mis mee, maar passanten kijken nogal eens raar op als ze een mompelende wielrenner voorbij zien komen. Zo heb ik iemand eens laten schrikken toen ik in mijn hoofd tot een conclusie was gekomen en deze hardop uitsprak, zonder me te realiseren dat ik in gezelschap was.

Doelen
Eens in de zoveel tijd stel ik mezelf een mooi doel, waar ik dan een tijdlang voor train. In 2013 reed ik de Trois Ballons in de Vogezen, een tocht die normaliter over 200 kilometer gaat en - voor het gevoel - net zo veel bergen. De benen lieten echter niet meer dan honderd kilometer toe, waarna ik mezelf diep teleurgesteld in de bezemwagen terug vond. Vorig jaar beklom ik de Stelviopas, de op één na hoogste asfaltweg in de Alpen en voor volgend jaar staat de beruchte La Marmotte, een legendarische tocht door de Alpen, op het verlanglijstje. Twee hordes staan een succesvol einde van deze tocht in de weg; ten eerste moet je er ongehoord snel bij zijn om je in te kunnen schrijven en ten tweede gaat deze tocht over vier Alpencols. En waar eentje al zou volstaan om tevreden achterover te leunen en een biertje open te tikken, zijn vier van deze krengen toch wel wat veel van het goede.

Het zorgt er wel voor dat ik een uitstekende reden heb om ook in de winter te blijven fietsen. Daar moet je overigens van houden, fietsen in de winter. Het kan goed koud zijn en constante regen is iets wat heel snel heel vervelend wordt. Maar eigenlijk is fietsen in dat rotweer hetzelfde als fietsen tegen een berg. Het is vooral heel erg fijn als het voorbij is.